Opluchting

Sinds 2009, toen ik mij meldde met een hydrocèle (waterbreuk) bij dokter Wouters, is uw stukkiesschrijver niet meer bij een huisarts geweest. Dus toen ik belde voor een plekje op mijn kuit waar ik me ongerust over maakte, kwam ik Gezondheidscentrum Schuilenburg binnen waar een totale metamorfose had plaatsgevonden. Er zijn inmiddels apotheek, fysiotherapie, diëtiste en huisartsenpraktijk gevestigd.

Dokter Wouters is gestopt, Karin Nieuwenhuis is mijn nieuwe huisarts. Loop de lange gang door naar de receptiebalie, word ontvangen door twee uitgelaten receptionistes. Özlem en Anouk hebben zojuist te horen gekregen dat ze zijn geslaagd voor hun SOH diploma 'Spreekuur Ondersteuner Huisarts'. Nadat ik ze van harte heb gefeliciteerd neem ik plaats in de wachtkamer.

Effe daarna loopt er een hijgende kennis uit het voetbalwereldje binnen die al twee blikjes bier achterover had geslagen verteld hij kortademig. Daarna komt er een reus van een vent binnen met een buik tot op zijn sneakers die meteen zijn mobiele telefoon raadpleegt ondanks het vriendelijk verzoek op een bordje met smiley om het apparaat niet te gebruiken. Er komt nog een vijftiger binnen met zo'n korte/lange broek tot net over de knie die wat aan de late kant is, zich verontschuldigd bij de balie.

Het is druk, Karins vervanger, een opgewekte Marjolein van den Brink, komt mij halen. Loop mee naar haar spreekkamer waar het snikheet is. De airconditioning laat het afweten. De huurbaas is nog niet in de gelegenheid geweest om te repareren. Ga zitten op de onderzoektafel, vertel van dat bultje op mijn kuit. Ze bestudeert het plekje zorgvuldig, zegt dat het rode randje er omheen haar niet zint en haalt toch even Karin erbij. Als die binnenkomt in gezelschap van co-assistent Floranne staan de drie lieve dames gezamenlijk naar mijn plekkie te kijken. Ik voel me, omringd door zoveel deskundigheid, opeens een stuk meer ontspannen, ben gelijk minder zenuwachtig. Ze vertrouwen het niet. We besluiten om het de week erop weg te halen, wat ter plekke kan gebeuren. In de loop van de week verandert het 'wratje 'van kleur, word donkerder, grijzer, jeukt niet meer.

Op de dag zelf word ik opgehaald door een vrolijke Karin die met een zonnige glimlach in de deuropening vraagt of ik er klaar voor ben. Ik laat me niet kennen maar heb de zenuwen in mijn lijf. Attendeer haar op de verkleuring van het plekje en die harde korst die er inmiddels op is gekomen. Samen met Floranne bekijkt ze het nog eens nauwkeurig. Tot mij grote opluchting constateert ze dat het wel eens een keratoacanthoom, een goedaardig huidknobbeltje, een propje hoorncellen, zou kunnen zijn. We besluiten de operatiespullen weg te leggen, het nog een week aan te kijken.

Met een brede glimlach neem ik afscheid van de alleraardigste huisarts die ik ken, fiets fluitend naar huis. Het korstje vond ik van de week in mijn bed. Karin, als je dit leest, er is alleen nog een klein litteken te zien!

Joop de Keijzer.