Hoe de wagenwerkplaats werd gered van de sloop

AMERSFOORT De derde aflevering van de zes keer dat Stad Amersfoort op pad gaat met Stichting Industrieel Erfgoed van de stad Amersfoort (SIESTA) naar bijzondere historische gebouwen in Amersfoort.

Carlijn Assink

Drie grote, kenmerkende loodsen naast het spoor. De wagenwerkplaats is inmiddels bekend bij menig Amersfoorter. Het terrein waar de NS haar goederenwagons repareerde, fungeert inmiddels als een soort 'manusje' van alles. Het herbergt bedrijven, restaurants, evenementen en meer. Annemiek Hakkers van bureau Lud'arte,die rondleidingen verzorgt op het terrein, vertelt hoe de wagenwerkplaats door de jaren heen is veranderd in het bedrijven- en verzamelterrein dat het nu is. ,,Het is een mooi voorbeeld van burgerinitiatief."

In 1904 werd de wagenwerkplaats geopend door de Hollands IJzeren Spoorweg Maatschappij. ,,Eerst bestonden de spoorwegen uit verschillende bedrijven, dat later de Nederlandse Spoorwegen werd. De wagenwerkplaats was de plek waar de wagons werden gerepareerd." De rijtuigenloods werd toen nog de wagenloods genoemd. ,,Er stond een man, de opnemer, in de 'put'. Dat is een soort ondiepe kuil. De treinen werden daar naartoe gereden en kwamen tot stilstand tegen de slof, een plat stuk hout. De sloffer, degene die de slof daar moest neerleggen, had een van de laagste functies op de wagenwerkplaats. De opnemer bekeek vervolgens welke reparaties nodig waren en hoe lang dat zou duren."

De werknemers kwamen vooral uit Haarlem, vertelt Hakkers. ,,In 1903 was er een staking onder de medewerkers in Haarlem. Een van de voorgangers van de NS,de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij, gaf van te voren aan: wanneer je meedeed aan de staking, verloor je daarna je baan. Hierdoor werden aardig wat mensen ontslagen. Toen de wagenwerkplaats in Amersfoort in gebruik werd genomen, kregen die medewerkers de kans om hun baan terug te krijgen, maar dan wel in Amersfoort. Daarom werd de wagenwerkplaats ook wel het 'strafkamp' genoemd." Al deze mensen hadden ook gezinnen die ergens moesten wonen. Zo werd het Soesterkwartier geboren, vlak naast het spoor.

Andere wagenwerkplaatsen in Nederland werden geleidelijk aan gesloten en uiteindelijk werden bijna alle reparaties van goederenwagons in Amersfoort gedaan. In 2000 werd ook deze wagenwerkplaats gesloten. ,,Het goederenvervoer werd minder en het onderhoud werd verplaatst naar Duitsland." Vervolgens stond het tussen 2004 en 2007 een tijdlang leeg en werden een paar gebouwen gesloopt. "Er zaten een paar krakers in. De vraag was, wat moesten ze ermee doen? Slopen? Was dat nodig? Deze vragen stelde omwonende Joke Sickmann, die vervolgens een burgerinitiatief startte en een werkgroep vormde voor het behoud van deze industriële gebouwen.De NS was nog steeds eigenaar van alle gebouwen en wilde ook graag een nieuwe bestemming, maar dan in de vorm van kantoren."

Sickmann had al eerder geprobeerd de portierswoning te redden, maar dat was niet gelukt. In 2003 is een burgerinitiatief ingediend bij de gemeenteraad, waarna deze aan het college opdracht gaf om een onderzoek te laten doen. Journalist Kees Volkers schreef vervolgens een rapport. Volgens Henk van der Lee, oud-bestuurslid van Siesta, heeft dat rapport geholpen om de wagenwerkplaats te herbestemmen. ,,De NS wilde dus kantoren bouwen, maar de kantorenmarkt zakte in. Veel leegstand en dergelijke. Dat hielp onze zaak aanzienlijk. Door dat onderzoeksrapport konden we laten zien hoe waardevol de gebouwen eigenlijk zijn." Het burgerinitiatief leidde mede tot de oprichting van Siesta. In 2007 werd de wagenwerkplaats aangewezen tot rijksmonument door de inspanningen van Siesta.

Tegenwoordig bestaat de warenwerkplaats onder andere uit een hoofdwerkplaats, het ketelhuis, een magazijn, de wagenloods, de verensmederij, het portiersloge en twee rolbanen. Door het burgerinitiatief staan de gebruikers nu aan het roer. "Het is een dynamische plek waar duurzaamheid vooropstaat. De kracht van de burger in samenwerking met de gemeente en de ns, heeft er voor gezorgd dat er nu organische groei is ontstaan.Langzaam bouwen en bekijken wat het beste is voor deze plek. Ook wel slow urbanism genoemd", vertelt Hakkers. ,,Daarmee bouw je voort op wat al bestaat. En er wordt goed nagedacht over wat te doen met de ruimtes. Zoals in de verensmederij, daar is het binnen zo ingericht dat het oude gebouw nog helemaal zichtbaar is. Dat is wel bijzonder." Zo zijn er ook bijenkorven te vinden, hebben de Nieuwe Stadsboeren er moestuintjes opgezet en staan de wilde bloemen verspreid over het terrein.

In de rijtuigenloods worden evenementen gehouden, het ketelhuis is een restaurant en verschillende bedrijven, zoals Clini Clowns en Holland Opera, zitten in de andere gebouwen. Ook zit er een verkeerstuin voor de jeugd in een lege loods. De NS is nog steeds eigenaar van sommige gebouwen en gebruikt nog een deel van de hoofdwerkplaats om treinen te stallen. Het bestemmingsplan wordt nu vernieuwd en er komen weer burgeravonden aan, waar iedereen initiatieven mag aandragen. ,,Ik ben benieuwd wat de toekomst nog meer brengt. Het verhaal achter de totstandkoming van de wagenwerkplaats, maakt de plek nog mooier."

Elke derde zondag van de maand is er een rondleiding van Lud'arte op de wagenwerkplaats. Geïnteresseerden kunnen zich aanmelden via info@ludarte.nl of tel. 06-44856214.

foto 1 De NS wilde kantoren bouwen, maar die markt zakte in. Dat hielp onze zaak aanzienlijk.'

foto 2 De wagenwerkplaats werd ook wel het 'strafkamp' genoemd.

foto 3 In de rijtuigenloods worden evenementen gehouden, het ketelhuis is een restaurant en verschillende bedrijven, zoals CliniClowns en Holland Opera, zitten in de andere gebouwen.