Participatiewet: een dynamische kaartenbak

Serie: Zorg in beweging

Een deel van het geld bestemd voor zorg en welzijn, is in 2015 overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten (Wmo). Daarnaast is de zogenaamde Participatiewet ingevoerd en gingen taken op het gebied van de Jeugdzorg naar de gemeente. Nelleke Moot maakt -ruim een jaar na de transitie- de balans op in een reeks artikelen over het onderwerp. Hoe is het in Amersfoort met de zorg-nieuwe-stijl gesteld? In de eerste aflevering komt wethouder Fleur Imming aan het woord, maar ook bewoners van zorgcentra en bestuurders van thuiszorgcentra. De serie kwam mede tot stand door een gemeentelijke subsidie voor bijzondere journalistieke producties.

Aflevering 1: de transitie in de zorg vraagt een cultuuromslag van de burger.

Een lichamelijke- of verstandelijke beperking, of bijvoorbeeld een stoornis als ADHD of autisme, kan er voor zorgen dat iemand minder arbeidsvermogen heeft. De begeleiding van deze uiteenlopende groep die voorheen in 'de kaartenbak van het UWV' terecht kwam, is met de Participatiewet meer verschoven naar de gemeente.

Waar voorheen UWV de contacten met onderwijs had (VSO en Pro leerlingen), zijn dit sinds de Participatiewet de gemeenten. UWV en gemeenten werken nu samen om klanten, (voormalig WAJONG, WSW of bijstand met doelgroepenindicatie) te bemiddelen naar werk. Een deel van de klanten heeft arbeidsvermogen, een deel niet. Maar ook veel klanten groeien met begeleiding of via een opleiding naar werk toe, hun arbeidsstatus verandert, waardoor de kaartenbak dynamisch is.

BESCHUTTE WERKPLEK Volgens de participatiegedachte kunnen meer mensen vanuit een beschutte werkplek aan de slag in een gangbaar bedrijf. Voor bedrijven met meer dan 25 werknemers is er zelfs een quotum voor het aantal werknemers met een arbeidsbeperking, dat werkzaam moet zijn in het bedrijf.

Bij het UWV was er afgelopen jaar al een toename van het aantal bedrijven dat zich meldde om iemand met een arbeidsbeperking te plaatsen, vooral onder MKB'ers. Eric de Vos, manager Werkgevers Dienstverlening bij UWV, constateert echter dat de aangeboden functies niet altijd even passend zijn: ,,Het heeft nogal wat voeten in de aarde om als bedrijf iemand met een beperking aan te nemen. Een aangepaste werkplek, werk dat niet te moeilijk is, een buddy, niet te lang achter elkaar werken. Het gaat niet om reguliere vacatures maar om jobcarving; er worden taken uit functies gehaald zodat het werk passend is voor de kandidaat. De ambitie is ervoor zorgen dat iedereen mee kan draaien in de maatschappij.''

QUOTUM Steven van Donkerschot, zes jaar in dienst bij wasserij Newasco De Hoop en alom gewaardeerd collega, sluit naadloos aan bij die ambitie. Vanwege een sociale beperking is van Donkerschot afgekeurd voor regulier werk: ,,Ik heb vroeger dagbehandeling gehad, waar ik heb geleerd met mezelf om te gaan en te blijven ondernemen in het leven.''

Via Amfors kwam hij terecht bij Newasco en wordt nog altijd extra begeleid vanuit beide bedrijven omdat hij zich moeilijk kan uiten. Zo probeerde hij meer uren te maken en productiewerk te doen, maar dat bleek te veel. In overleg is hij weer gaan doen waar hij goed in is, facilitaire klusjes en schoonmaakwerkzaamheden: 'Ik doe graag mijn vaste ronde. Het mooiste vind ik het lassen van een kapotte wascontainer, want ik ben van beroep bankwerklasser geweest.'

Zelfs voor bedrijven als Newasco, koploper voor wat betreft maatschappelijk verantwoord ondernemen, blijkt de participatiewet echter lastig uit te voeren. Zo is er een groep oudere vrouwen met de status 'arbeidsgehandicapt' die bij hen aangepast en deels zittend werk doet. Deze vrouwen hadden echter geen WSW indicatie voor 2013 en voldoen daarmee niet voor het quotum.

FLEXPOULE Verder levert Newasco waswerkzaamheden voor 35 medewerkers bij Amfors, maar dit geldt als 'uitbesteed werk', waardoor het ook niet mee telt. Op brancheniveau probeert het bedrijf nu aandacht te vragen voor deze hiaat in de wet. Ondertussen zet Newasco als proef een flexpoule voor Amforsmedewerkers op, zodat er mensen met verminderd arbeidsvermogen in de wasserij zelf aan de slag kunnen. ,,Dat is een grote uitdaging'', stelt Frank Nieuwland van Newasco, ,,Bij ons is er prestatiedruk en er werken mensen met verschillende culturele achtergronden. Wanneer we werknemers krijgen die meer moeite hebben met het werk of het tempo, en met andere normen en persoonlijke problemen, is het belangrijk dat er draagvlak is op de werkvloer. Maar ik geloof dat deze keuze bovenin een bedrijf gemaakt moet worden, dan krijg je je mensen wel mee.''

DETACHERING Was Amfors eerder de sociale werkvoorziening voor de regio, nu zet het bedrijf een nieuwe koers in om aan te sluiten bij de participatiewet. Amfors ontwikkelt medewerkers tot een zo regulier mogelijke functie. Dit betekent dat medewerkers door kunnen groeien volgens het volgende stappenplan: beschut binnen (bijvoorbeeld Productiebedrijf) - werken op locatie (Eemfors en Cleanfors/ groen en schoonmaak) - groepsdetachering - individuele detachering (Amfors Werksupport) - begeleid werken. Niet elke medewerker kan al deze stappen doorlopen, omdat hij zijn top al eerder bereikt. Bedrijven kiezen steeds vaker voor (groeps)detacheringen vanuit Amfors, omdat deze meetellen voor de quotumafspraak in de participatiewet.

Eric de Vos (UWV): ,,Voor mensen in een beschutte werksituatie blijkt het echter lastig om de overstap te maken naar gewoon betaald werk. Dit kan zijn omdat ze dan minder begeleiding krijgen of omdat ze geen bescherming meer hebben op het moment dat ze onverhoeds hun baan bij een reguliere werkgever weer kwijtraken. Dan zijn het opeens 'gewone werkzoekenden', terwijl ze nog steeds een arbeidsbeperking hebben. Dat is een hiaat in de wet, waardoor kwetsbare mensen tussen wal en schip kunnen vallen.''

OP STRAAT Hans Koene, accountmanager bij Amfors, denkt niet dat iedereen zich in de toekomst zal redden in een gewone functie: ,,De doelstelling van de overheid is dat mensen gewoon meewerken in de maatschappij. Voor zo'n 70% van de mensen op beschermde werkplekken is dat wellicht mogelijk, maar voor 30% niet. Die groep kan niet mee in het huidige tempo en heeft een beschutte werkplek nodig. Daarnaast komen onze mensen meestal terecht in de facilitaire beroepen; dat is het eerste waarop binnen organisaties wordt bezuinigd wanneer het economisch minder gaat. Dan staan ze als eerste op straat.''

,,Mijn collega's zitten met elkaar koffie te drinken, daar heb ik geen zin in, die praatjes.'' Een medewerker van Cleanfors (schoonmaakbedrijf van Amfors) gaat in zijn eentje rustig door met afval opruimen in de wijk: ,,Vroeger keek ik neer op het soort werk wat ik nu zelf doe. Maar Amfors is echt een stapje hoger dan de meeste werkplekken en je verdient ook iets meer!''

BEETJE GEK Hij voelt zich niet zozeer iemand met een grote beperking, maar vindt het prettig om vanuit Amfors begeleid te worden. Zo wordt er meegekeken of hij ergens goed op zijn plek is, en als het niet loopt omdat hij bijvoorbeeld te veel met collega's moet samenwerken, wordt er een nieuwe werkplek voor hem gezocht.

Ook denken ze bij Amfors mee over zijn weekindeling, want als hij na zijn schoonmaakwerk te veel thuis is, komen de muren op hem af. Zo heeft hij de krant voorgelezen in een verzorgingshuis en gaat van de zomer bekijken of hij kan fietsen met mensen met een lichamelijke beperking. ,,Als ik een reguliere baan neem dan kom ik terecht in laaggeschoold werk. Dat is niet erg, maar je moet snel kunnen switchen, snel werken en om maar wat te noemen met collega's kunnen werken…dit lukt niet bij mij. Ik blijf liever een beetje gek en bij Amfors.''