• Keistadnieuws

Politiek lijkt radeloos na rellen; 'Platgooien, die winkelstrip'

AMERSFOORT De rellen van jongeren in de Koppel, waarbij afgelopen oudjaar een politieagent een lawinepijl in het gezicht kreeg, wat doe je eraan? De gemeente pijnigt zich hierover nog steeds het hoofd, twee maanden later. Er is al het een en ander ondernomen sinds het er ook al hommeles was bij eerdere jaarwisselingen, maar dat lijkt geen garantie voor een veilige nacht.

Jeroen de Valk

In de raadszaal gingen de politici in gesprek met jongerenwerkers, politieagenten en andere deskundigen. Tot de voorstellen behoorden: lessen in de gevaren van sociale media. Immers: via die media riepen jongeren elkaar op om gezamenlijk te gaan rellen. De jongerenwerkers brachten daar tegenin dat sociale media al aandacht krijgen op middelbare scholen. Kees Kraanen (VVD) stelde voor een winkelstrip in de Koppel maar 'plat te gooien' ofwel te slopen. De politieagenten zeiden daarop dat dit een wel erg rigoureuze maatregel is, met een onduidelijke afloop.

De winkelstrip in de Koppel is een populaire bestemming voor nachtelijke relschoppers, maar het is niet duidelijk waarom dat zo is. De wijkagenten wisten te melden dat de wijk centraal ligt in de gemeente en is voorzien van doorgaande wegen waar iedereen wel eens doorheen fietst. Zodoende kent menige Amersfoorter de winkelstrip, ook al omdat hier veel horeca is gevestigd. Maar met het 'platgooien' ervan kom je niet verder, vonden de deskundigen.

Burgemeester Lucas Bolsius had het debat geopend met het verzoek vooral diep in de materie te duiken en niet meteen te komen met kreten zoals 'slechte opvoeding', 'kansarm' en 'het buurthuis was gesloten'.

Hoe ingewikkeld de materie was, bleek uit een reconstructie van de wijkagenten. Toen de rellen losbarstten, werd een menigte bijeengedreven en opgepakt; zo'n 40 á 45 mensen. Maar dat waren strikt genomen niet allemaal jongeren; sommigen waren al in de dertig. Ze werden 'ingeladen' in de Koppel, maar waren afkomstig van allerlei wijken. Enkelen van hen bevonden zich op een opleidingsniveau dat hen absoluut niet 'kansloos' zou maken. Slechts een deel van de groep was 'bekend bij de politie' en de groep als geheel - voor zover van een samenhangende 'groep' kan worden gesproken - had de politie niet eerder aangetroffen. Je kunt proberen deze nieuwe 'groep' alsnog in kaart te brengen, maar tegen de tijd dat je daarmee klaar bent, kunnen de oudste relschoppers zijn uitgestroomd, terwijl er 'aanwas van onderaf' is; nieuwe jongeren die erbij willen horen.

Het woord 'cursussen' kwam vaak terug. Hierbij zouden de gevaren van sociale media moeten worden ingepeperd. Maar daarmee zijn we er niet. Bolsius: ,,Jongeren moeten leren dat het niet 'cool' is om een diender te verwonden. Dat ze van zo'n strafblad later alleen maar hinder ondervinden.''

Tegen het einde van de discussie wisten Dillian Hos (GroenLinks) en Ina Vijzelman (Actief) een interessant detail boven water te krijgen: er is nauwelijks gesproken met de jongeren zelf. De vele 'professionals' praten voortdurend óver de jongeren, maar zouden vaker mét de jeugd zelf mogen spreken. Misschien wordt dan duidelijk waarom tieners een strafblad riskeren om er maar bij te horen.