• Rentmeester mr. Aart Veldhuizen kijkt uit over 'zijn' malenportie.

    Arjan Klaver

Stadse fratse: 'Als de torenklok elf keer heit'

AMERSFOORT De Stad Amersfoort verhaalt over gezelschappen die voor de betrokkenen een veilige haven zijn in een hectische wereld. Dat kan een gilde zijn, een genootschap, een heren- of vrouwenclub, een ondernemersvereniging waar mannen en vrouwen elkaar ontmoeten. Sommige gezelschappen zijn al eeuwenlang actief. In de alweer 27ste aflevering gaat Stadse fratse terug naar de middeleeuwen.

Arjan Klaver

Rondom de 8e eeuw zijn grote gebieden aan weerszijden van de Eem verpacht, waarbij de opbrengst deels aan de landheer - in dit geval de kerk - toekwam en deels aan de boeren zelf. Om de grond te mogen gebruiken moesten harde florijnen op tafel komen. De woeste gronden waren gemeenschappelijk eigendom en werden, waar mogelijk, ook gemeenschappelijk gebruikt. Ieders aandeel in die gemeenschappelijke gronden heette een 'waarschap'. In de 11e eeuw, vooral door toedoen van het klooster op de Heiligenberg, werden grotere gebieden ontgonnen.

De boeren van de hoeven waaraan waarschappen verbonden waren, vormden maalschappen. Zo ontstond in het gebied dat het Hogeland werd genoemd een 'maalschap'. Dat was een genootschap van grondeigenaren die samen de nog niet in cultuur gebrachte gronden van de dorpsgemeenschap beheerde, gebruikte en - indien gewenst - ook ontgon. De gerechtigden zelf werden malen genoemd. Zij verenigden zich in het College van de Malen. „Het oudste document komt uit 1282."

Dit zegt mr. Aart Veldhuizen. Hij is rentmeester van het College van de Malen. En dat is gelijk het hoogste ambt dat dit oudste genootschap van grondeigenaren in Nederland te verdelen heeft. Een rentmeester fungeert als voorzitter van het bestuur die anno 2018 bestaat uit thinsvrouwe Alet van 't Eind en thinsmeester Jos Tolboom. „Van een rentmeester wordt verwacht dat hij kennis heeft van juridische en economische zaken in het bijzonder van agrarisch onroerend goed", legt Veldhuizen uit. En dat is geen probleem voor hem. Hij is in het dagelijks leven werkzaam als notaris. „Onmisbaar voor deze functie is het beschikken over een uitgebreid netwerk ten bate van de malen. Een bijzondere taak is het bijhouden van het register met de malengeërfden. Ik ben dus gerechtigd om namens de malen op de notariële akte van overdracht een aantekening te maken dat een malenportie naar een nieuwe eigenaar is overgegaan - de malengeërfd - en dat te bevestigen met het lakzegel van de malen."

We gaan met Veldhuizen terug in de tijd. „Zoals ik zei stamt het oudste document uit 1282. Logisch dat het College van de Malen dus nog ouder moet zijn. Want als je in 1282 in onroerend goed handelt, dan is de club dus eerder actief geweest. Het zou best eens rondom 1150 kunnen zijn toen de bisschop van Utrecht in Hoogland een ontginningsconcessie opzette. Destijds waren er zestien hoeven. Een hoeve was een toenmalige oppervlaktemaat. Omgerekend was dat gebied ongeveer 500 hectare groot. De woeste gronden werden stukje bij beetje omgezet in bouwland. Dat gebeurde in maalschapsverband. Maar door vererving en verkoop vervaagde in de eeuwen daarna de relatie met de malengoederen. Eén keer per jaar werd aan de malen hun aandeel in de opbrengst uitgekeerd. Het aandeel in de maalschap werd 'malenportie' genoemd. Zo heet dat nog steeds. Naast het ontginnen van de woeste gronden tot bouwland was ook het waterbeheer een belangrijke taak. Een goede afwatering was van groot belang voor goede landbouwgrond. Grondeigenaren moesten zelf voor het schonen van hun sloten zorg dragen en het schonen van de grotere watergangen werd onderling verdeeld. Het gerecht, dat onder meer was ondergebracht in wat nu café de Noot en café bar De Kolkrijst is, zag er door middel van een schouw op toe dat dit ook gebeurde."

STOKJE De functies van rentmeester en thinsmeester werden sinds 1770 bekleed voor telkens tien jaar, met recht van herverkiezing. In de 19e eeuw werd de rentmeester in de praktijk benoemd voor het leven. In de 20e eeuw werd die lijn doorgezet. Sinds 1989 wordt de rentmeester voor tien jaar benoemd, met mogelijkheid van herbenoeming, met een leeftijdsgrens van 72 jaar. Dat geldt ook voor de thinsmeesters. Verder moet een van de twee thinsmeesters in Hoogland een landbouwbedrijf uitoefenen. Sinds 1983 mogen ook vrouwen deel uitmaken van het college dat zich vandaag de dag niet meer buigt over het bezit van honderden hectare. Door onder andere de aanleg van het uitleggebied Nieuwland is een groot deel van de grond verkocht. „Momenteel is er nog 55 hectare land over", aldus de rentmeester.

Het college, waar ooit Johan van Oldenbarnevelt deelgenoot van is geweest, komt nog steeds een keer per jaar bijeen op Sint Margrietdag. En wel op de oorspronkelijke datum die ten tijde van de Gregoriaanse kalender is vastgelegd: 13 juli. „Mensen krijgen van onze bode, die herkenbaar is aan het eeuwenoude bodeteken op z'n borst, vooraf de vergaderstukken convocatie in een grote envelop om op Sint Margrietdag de vergadering bij te wonen. Het College verzoekt altijd om om 10.30 uur aanwezig te zijn. Als de klok in Onze Lieve Vrouwetoren 11 heit, dan roept de bode: 'de klok slaat elf, elf slaat klok'. De vergadering start. De bijeenkomst wordt tegenwoordig georganiseerd in De Observant. Alleen het oudste lid van het College krijgt de eer dat zij of hij op speciale wijze wordt begroet. Als eenmaal de stemgerechtigden aan de vergadertafel zitten, krijgen zij vijf euro presentiegeld. En dat is niet zomaar. Het is leergeld. Na de vergaderingen die in de 18e eeuw werden gehouden, kreeg het College een maaltijd voorgeschoteld en bier. Heel veel bier. En dat laatste schijnt toen een paar keer behoorlijk uit de hand te zijn gelopen met als gevolg dat het hele rendement van de malen in een bijeenkomst verdampte. Rondom 1750 heeft mijn toenmalige voorganger hier een stokje voor gestoken. Sindsdien wordt aan het begin van de vergadering een klein bedrag uitgekeerd. We keren per jaar ook 100 euro per portie uit aan de malengeërfden die overigens tijdens de vergadering meikersen eten. Totdat de rentmeester de vergadering sluit. Bier of geen bier, zo gaat het al vanaf de 13e eeuw. Uniek, kunnen we wel zeggen."