Vluchteling Refat Alhomsi neergestreken in keistad

De politiek spreekt over een migrantencrisis. De VN-vluchtelingen-organisatie heeft het liever over een vluchtelingencrisis. Maar wat is het om te vluchten voor oorlog en vervolging? Refat Alhomsi (35) vertelt over zijn helletocht. Van Damascus tot Amersfoort

Arjan Klaver

Ik had meer redenen om de film Soesterkwartier EigenWijs te zien die onlangs in de Emmaüskerk werd vertoond", opent Refat onder het lessenaarsdak van zijn appartement. Een woning die hij van de corporatie kreeg toegewezen. Opmerkelijk is dat hij in een relatief korte tijd zich goed kan uitdrukken in de Nederlandse taal. „Ik was in de kerk ook om mensen te ontmoeten. En zonder dat ik het wist zat ik afgelopen zondag bij de buren van Fokke de Jong die inmiddels tot mijn vriendenkring behoort." Nadat hij de glaasjes heeft gevuld met sterke zwarte thee, neemt hij plaats in z'n rieten stoel. Hij is even in gedachte. In zijn hoofd probeert hij de herinneringen aan zijn helletocht weer op een rij te zetten. Precies een jaar geleden deinde hij in een koude januarinacht met driehonderd Syriërs en Eritreeërs in een houten schip op de Middellandse Zee. De kompasnaald is dol. Te midden van zijn lotgenoten denkt Refat terug aan Damascus waar zijn vlucht begon. „Iedereen wist dat veel landgenoten op de vlucht waren geslagen voor het regime van Assad", weet Refat die in de hoofdstad zijn werk als advocaat, notaris en rechter uitoefende. „Een groot deel van de advocaten, rechters, ambtenaren en artsen heeft het land als politiek vluchteling inmiddels verlaten. Een deel van de achterblijvers is geëxecuteerd of aan martelingen bezweken. Zoals mijn drie broers. Natuurlijk voelde ik ook dreiging. Dat gold ook voor mijn vrouw. Via allerlei relaties bemachtigde ik voor haar en mijn zoon een vliegticket naar Algiers. Van daaruit bleek zij achteraf dezelfde vluchtroute te hebben gevolgd als ik. Maar goed. Ik bleef achter om nog wat zaken af te handelen."

[

RONDDOBBEREN Ruim een maand verstrijkt. Refat krijgt van zijn vrouw het bericht dat ze veilig in Nederland is aangekomen. De brief bevat ook voor hem een ten hemel schreiende bijsluiter: Zij heeft een echtscheiding aangevraagd. Refat neemt even een slok thee waarna hij zijn verhaal voortzet. „Dat bericht heeft mijn vlucht naar Nederland versneld. Contacten loodste mij door de douane van het vliegveld. Ik nam daar de vlucht naar Algiers. Vanuit de Algerijnse hoofdstad kon ik tegen betaling in een overvolle stationwagen naar Libië. Op het stand van Zuawara stond een aantal inhalige, gewapende Libiërs om hun handelswaar heen te draaien. Ik behoorde tot hun waar. Ik moest 3000 euro afrekenen voor een overtocht. Als ik zou weigeren liep ik kans een kogel te krijgen." Nadat alle tassen en koffers overboord waren gegooid kon om drie uur 's nachts de oversteek beginnen. „Ik bevond mij te midden van driehonderd Syriërs en Eritreeërs. Het weer was onstuimig. Het oude schip was niet bestand tegen hoge golven en brak in de ochtend in tweeën. Ik heb ongeveer twee uur rondgedobberd met twee onbekende kinderen in mijn handen die ik van de verdrinkingsdood had gered. Een Italiaanse politieboot was onze reddingsboei. Uiteindelijk kwamen we aan op het Italiaanse vasteland. De autoriteiten konden daar de dagelijkse stroom aan vluchtelingen niet verwerken. Binnen een etmaal kon ik zonder controle doorreizen. Ik was overgeleverd aan de Italiaanse en Duitse mensenhandelaren die onrustig stonden te wachten op hun 'handel.' Ik had de keuze uit verschillende reisdoelen en (en ook voor het tarief: Een enkeltje Spanje kostte 1.500 euro, Duitsland en Nederland 1.000 euro en Zweden 2.000 euro. De barre tocht vanaf de laars tot Nederland kon beginnen. Met zeven man in een afgesloten cabine, welteverstaan. Geen eten en geen toilet. Voor een adempauze in de buitenlucht was ook geen tijd. Uiteindelijk werd ik gedropt aan een bosrand een grote plaats. Het busje verdween in de nacht."

MILJOEN EURO Via een trein kwam Refat aan in de zogenoemde Procesopvanglocatie in Ter Apel waar asielzoekers verblijven die net zijn binnengekomen in Nederland. Daarna reisde hij kriskras door Nederland om via AZC's in Doetinchem en Bergen aan Zee in Zeist terecht te komen. Via Simone Kennedy, die aanjager is van de Facebookgroep 'Gastgezin Amersfoort' kwam Refat in de keistad terecht waar hij nu alleen in een appartement woont. Na alle perikelen rondom de echtscheiding probeert Refat langzaam zijn nieuwe leven in Amersfoort op te pakken. Als politiek vluchteling weet hij dat een retourticket naar Damascus is uitgesloten. Socialiseren dus. „Ik probeer zoveel mogelijk in contact te komen met mensen. In het Soesterkwartier heb ik in de afgelopen maanden veel vriendschappen gesloten, zoals met Fokke de Jong. Hij heeft me geholpen met onder meer het uitzoeken van een energieleverancier. Bovendien heb ik al contacten gehad met mijn beroepsgroep. In het oude rechtenfaculteit gebouw in Utrecht heb ik voor 23 advocaten een voordracht gehouden over het familierecht in Syrië. Daarnaast heb ik via het Meander ziekenhuis een vrijwilligersbaan gekregen in een verpleeghuis in Amersfoort. En ja, de film Soesterkwartier EigenWijs die ik onlangs in de Emmaüskerk zag, heeft ook weer nieuwe ideeën opgeleverd. Wellicht kan ik mijn expertise inzetten bij een rechtswinkel om vluchtelingen bij te staan. Ik heb genoeg te doen om iets terug te doen voor dit land dat me prima heeft geholpen. En dat geldt ook voor mijn nieuwe vrienden. Ik had ze graag een leuk geldbedrag willen geven. Laatst vond ik namelijk een cheque van een paar miljoen euro in mijn postvak. Maar Fokke de Jong hielp me uit mijn droom. Het was een mailing van een krasloterij. Ik kon 'slechts' kans maken op dat bedrag. Ja, voor dat soort trucks heb ik nog niet voldoende Nederlandse taalkennis in huis."

foto Refat Alhomsi: ,,Iedereen wist dat veel landgenoten op de vlucht waren geslagen voor het regime van Assad.''