• Vasco van der Valk wil bij de besten horen in zijn sport. ,,Die kans kan ik hopelijk straks grijpen."

    Foto Rinus van Denderen

Motorrijder Vasco van der Valk: 'Je moet een beetje gek zijn'

AMERSFOORT Snelheden van ruim 200 kilometer per uur zijn voor Vasco van der Valk geen enkel probleem en zijn motor en hij zijn overduidelijk één. De Amersfoorter heeft ambitie genoeg, want de stip aan de horizon is het Wereldkampioenschap rijden.

Jeroen van der Veer

Het sleutelen aan motoren vindt Vasco van der Valk maar niets, zegt hij vanuit zijn ouderlijk huis in het Vermeerkwartier. Nee, geef de achttienjarige maar gewoon een parcours op hard asfalt en hij trekt het gas wel open. De snelheden, de competitie en de adrenaline zijn de drijfveren om in de motorsport naam te maken. ,,Ik ben geen motorliefhebber. Mij zal je dus niet zien sleutelen. Ik wil gewoon zo hard mogelijk racen."

Daarin heeft de sporter veel talent. Er staan al diverse nationale en internationale prijzen achter zijn naam en die erelijst wil de Amersfoorter alleen maar langer later worden. Iets wat hij veertien jaar geleden, toen hij met zijn vader voor het eerst op een tweewieler ging, niet voor mogelijk hield. ,,Mijn vader komt uit de motorsportwereld en ik groeide ermee op. Niet dat hij mij die kant opduwde, maar ik had wel die mogelijkheid. Als je als jong jochie kunt kiezen tussen voetbal of racen, dan is de keuze toch snel gemaakt?"

In de buurt van de Leusderweg, waar het gezin Van der Valk toen woonde, werden de eerste meters op een motortje gemaakt. Het was een leuke tijd, herinnert Vasco zich: ,,Er kwamen steeds meer kinderen bij. Die kleine motortjes zijn relatief goedkoop en op een gegeven moment waren we daar met z'n zevenen. Tot de buren zich gingen ergeren. De plek waar wij reden werd met een soort hekwerk afgesloten. Nog altijd weten we niet wie de sloten eromheen hebben gedaan."

UIT DE HAND GELOPEN HOBBY Het weerhield Vasco van der Valk er niet van om door te gaan met racen en al snel werd duidelijk dat hij rijden op asfalt leuker vond dan op een zandparcours. Het bleef lang bij gewoon leuk meedoen, maar rond zijn vijftiende werd het allemaal wat serieuzer. ,,Toen ben ik mij er meer in gaan verdiepen. Het is een uit de hand gelopen hobby geworden, ik train nu vijf dagen per week en heb dan ook nog vaak een wedstrijd." Wie denkt dat er hij dan vooral veel kilometers op de motor maakt, heeft het mis. ,,Ook krachttraining is erg belangrijk. Er wordt wel eens gedacht dat je alleen je pols moet bewegen om gas te geven, maar dat is onzin. Je moet er echt afgetraind voor zijn."

VALPARTIJEN Inmiddels rijdt de achttienjarige in de SuperSport 600, wat in Jip en Janneke-taal uitgelegd kan worden als rijden op een opgevoerde 600 CC motor. ,,Snelheden van 250 kilometer per uur haal je makkelijk", zegt Van der Valk met een grote grijns. ,,Dat is toch wijs. Of ik wel eens bang ben om te vallen? Natuurlijk, dat heeft elke coureur. Als je geen angst heb, rem je niet en iedereen remt. Je moet dus een beetje gek zijn om deze sport te beoefenen. Ikzelf heb al enkele keren botten gebroken, maar toch stap ik elke keer weer op." De langste blessure hield hem drie maanden aan de kant en toch is aan stoppen nooit gedacht. ,,Mijn vader is banger dat ik val dan ikzelf. Ik vind de sport gewoon heel erg leuk en dus blijf ik het doen."

KEIHARD KNOKKEN Zoals gezegd wil Van der Valk Wereldkampioenschappen rijden. Een realistisch doel, zegt hijzelf. ,,Iedereen wil profvoetballer worden, waarbij het misschien slechts 1% lukt. Dat is in mijn sport net zo. Alleen zit ik nu bij de laatste vijftien die strijd om die ene plek, zeg maar. Het is dus haalbaar, alleen zou ik keihard moeten knokken voor mijn kans."

DOELEN Wedstrijden in Zuid-Afrika, Portugal en bijvoorbeeld Turkije werden al gereden en dat alles smaakt naar meer. Hij zit nu in zijn examenjaar op het Corderius College en als het VWO-diploma op zak is, neemt Van der Valk een tussenjaar. ,,Ik ga mijn examen in met alleen maar voldoendes. Gelukkig houdt school rekening met mijn sport en krijg ik vrij als ik moet racen, daardoor is alles goed te doen. Alleen als ik eenmaal mijn diploma heb, ga ik een jaar niet studeren. Dan gaat de focus op racen en op het nadenken wat ik eigenlijk allemaal wil."

In de sport weet Van der Valk wel wat hij wil; de beste worden. Een moeilijke opdracht, maar niet onrealistisch. ,,Het seizoen is nu één wedstrijd bezig en ik wil het WK en EK meemaken. Daar moet ik dit jaar mijn best voor doen, dan is het zeker mogelijk. Deze sport kost een hoop geld en ik ben blij dat er in Amersfoort veel lokale sponsoren zijn die dit mogelijk maken. Hen ben ik dan ook erg dankbaar, nu wil ik gaan voor mijn kansen."

Hoe het allemaal gaat verlopen is moeilijk te voorspellen, maar het is duidelijk dat Van der Valk als een speer gaat. ,,Ik sta wel bekend als aanstormend talent, alleen ben je afhankelijk van geboden kansen en mogelijkheden. Mochten deze er komen, dan pak ik ze."