Het is maar een telefoon

Ik probeer altijd te relativeren. Het lukte me nu niet. Ik voelde me ontheemd, verward en leeg. Ik wist niet dat ik zo afhankelijk was geworden van mijn mobiel. Weg, hij was opeens weg. Ik was met mijn zoon met de fiets naar het kinderrestaurant gegaan. Toen is hij schijnbaar uit mijn jaszak gevallen. Daar aangekomen ontdekte ik al snel dat mijn telefoon weg was. Terwijl mijn zoon samen met andere kindjes heerlijk aan het kokkerellen was, was ik totaal afwezig, Mijn telefoon, mijn foto's, mijn alles (oeps), waar is hij?

Ik reed in lichte paniek terug. Wat een geluk, in het donker zag ik dan toch op de grond mijn vertrouwde hoesje bij het Heelkruid liggen. De familiefoto was verregend, het scherm in vreselijk veel kleine stukjes. Hij leek zelfs overreden. Ik kon wel huilen.

Afwezig in mijn hoofd, veroorzaakt door dé grote afwezige, mijn mobiel, genoot ik toch van het heerlijke eten gemaakt door de kinderen in het Wij-atelier. ,,Laat het los" zei ik tegen mezelf. Dat loslaten bleek, verdorie, moeilijker dan gedacht. Stond alles wel op mijn sim-kaart? Er zat niets anders op, morgenmiddag kon ik pas naar de winkel.

Die avond en de dag erna dacht ik, en dan overdrijf ik, helaas, niet, elk kwartier aan mijn mobiel. Probleem één, mijn mobiel was mijn wekker. Mijn mobiel bleek ook mijn horloge, mijn agenda, mijn sociale leven en mijn navigatie te zijn. Ik hoorde mezelf tegen mijn kinderen zeggen: ,,Ik ben niet bereikbaar, zeg het maar tegen de juf." Ik vond dat in eerste instantie niet eens vreemd. Hoe ze dat vroeger deden, ik had werkelijk geen idee. Ik gooide met de mobiel van mijn man berichtjes eruit dat ik offline was. Hij hielp me wel even relativeren: ,,Schat, het is toch maar voor één dag? Niet op Facebook zetten, dat is echt niet nodig." Ik landde terug op aarde. Inderdaad de enige die ontheemd was, dat was ik. Het leken wel afkickverschijnselen.

De volgende dag ging ik lunchen met een vriendin. Ik moest even op mijn vriendin wachten in het restaurant en op dit punt voelde ik me zelfs hopeloos. Er was geen afleiding van mijn mobiel. Ik kon haar niet bellen waar ze bleef, wist niet eens haar nummer. Gelukkig, daar kwam ze aan. Tijdens dit uur wilde ik wel vier keer mijn mobiel pakken. ,,Ik laat je wel een foto zien, ik zoek wel even op internet, stuur je wel even een tikkie, hoeveel tijd hebben we nog?"

Ik vloog de man van de telefoonwinkel bijna om zijn nek toen hij de foto's van de simkaart liet verschijnen op mijn nieuwe mobiel. Ik stuurde iedereen een appje: 'yes, ik ben er weer!'

Terwijl ik in mijn eigen bubbel zat had mijn man ons huis omgetoverd in een kersthuis. Ik leg mijn mobiel weg, ik kijk en geniet van het 'echte' leven. Het is maar een telefoon.

Er waren weer kersthuisjes bijgekomen.

Bianca van der Linden-Snel.