• Bertus van de Grootevheen bij de gedenknaald in Hoogland. ,,Enkele van deze mensen heb ik gekend.”

    Ans Bruins

4 Mei-dienst in De Inham

AMERSFOORT Voorafgaand aan Dodenherdenking op 4 mei wordt in het kerkgebouw van De Inham in Hoogland een oecumenische dienst gehouden. Onder de vele aanwezigen is ieder jaar Bertus van de Grootevheen (85). Hij hecht veel waarde aan het gedenken van de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

Ans Bruins

Als na de dienst de trommelaars van muziekvereniging St. Caecilia met omfloerste trom op weg gaan naar de gedenknaald aan het begin van de Hamseweg, sluiten velen zich in stilte aan, een witte roos in de hand. ,,Steeds rond 4 en 5 mei denk ik veel terug aan de oorlogsjaren. Ik besef hoeveel geluk we als gezin hebben gehad. Wij hadden immers drie jaar lang een Joodse landgenoot in huis", zegt Van de Grootevheen, die toen de oorlog uitbrak zes jaar oud was. Hij herinnert zich hoe bezorgd zijn moeder was, vooral toen later in de oorlog Amerikaanse vliegeniers bij hen onderdoken. Zijn ouders zouden zwaar gestraft worden als dit ontdekt werd. ,,Het was een zware tijd voor mijn moeder. In september 1944 waren er zeven mensen bij ons ondergedoken."

EERBIEDIG Van de Grootevheen vertelt hoe ook zij, niet katholiek, hun handen vouwden en eerbiedig meededen als zijn vader de gebeden uitsprak. ,,We baden daarbij ook voor ome Jan Brouwer, de verzetsstrijder, en zijn vrouw, tante Bet, die al in 1943 opgepakt waren en gevangen zaten. Tante Bet werd na een half jaar vrijgelaten maar over het lot van ome Jan was onzekerheid. Hij kwam pas in juli 1945 vanuit kamp Sachsenhausen naar huis." Het Nationaal Comité 4 en 5 mei heeft voor 2019 als thema gekozen 'In vrijheid kiezen', mede omdat dit jaar honderd jaar kiesrecht wordt gevierd. Van de Grootevheen is van mening dat juist die herdenking op 4 mei ons er aan herinnert dat wij in vrijheid mogen leven. ,,Zowel de oecumenische viering in de kerk als de herdenking bij de gedenknaald spreekt mensen aan en doet beseffen hoe kostbaar die vrijheid is. Het lijkt of er ieder jaar meer - juist jonge - mensen komen." Enkele slachtoffers van wie de namen die avond opgelezen worden, heeft hij gekend. ,,In Hoogland waren veel onderduikers, men wist ervan maar men sprak er nauwelijks over. Daarom zijn velen uit de handen van de vijand gebleven."

Het boekje 'Wij noemden hem Chris', dat Van de Grootevheen schreef over de Joodse man die bij hen in huis was, wordt gebruikt bij een inburgeringscursus. ,,Het is blijkbaar goed leesbaar en te begrijpen door mensen die veelal vanuit een oorlogsgebied naar ons land zijn gevlucht." Met veel respect denkt hij aan zijn ouders en aan allen die onderdak gaven aan mensen die door de bezetter gezocht werden. Hij stelt zich vaak de vraag: ,,Stel dat we weer in zo'n situatie terechtkomen. Zou ik dat ook doen?"