• Sportcomplex Amerena.

    Gemeente Amersfoort

'Gemeente steunt verliesgevende horeca Amerena'

AMERSFOORT De horeca van sportcomplex Amerena is verliesgevend en zal in de komende jaren nóg meer geld verliezen. Niettemin blijft de gemeente het zwembad aan Hogeweg steunen. Kritische vragen worden slechts na lang wachten beantwoord.

Jeroen de Valk

Dit is de strekking van een brief van raadslid Ben Stoelinga (Amersfoort2014) aan deze krant en schriftelijke vragen aan het college. Uit de antwoorden op eerdere vragen concludeert Stoelinga dat de inkomsten en de toeloop veel lager zijn dan bij een 'businesscase' in 2016 werd voorspeld. In 2016 werd uitgegaan van 725.000 bezoekers per jaar; in 2018 waren dat er 300.000. De tekorten zullen zonder ingrijpen gaan oplopen tot 24.000 euro in 2021.

Een deel van de informatie kreeg Stoelinga niet van het college maar van een niet nader genoemde 'insider'. Het raadslid kwam te weten dat onlangs de huur drastisch werd verlaagd, kennelijk vanwege de precaire financiële situatie. Klopt dat, en wie heeft daartoe besloten?

Stoelinga stelde zijn eerdere vragen op 11 maart dit jaar. Pas drie maanden later kwamen de antwoorden. Hij acht dit 'laakbaar', aangezien voor de beantwoording van schriftelijke vragen een uiterste termijn staat van twintig dagen.

In de antwoorden werd wel onomwonden uit de doeken gedaan dat de Stichting Horeca Amerena is 'gemaand' om verantwoording af te leggen over een ton aan verstrekte subsidies in 2018. De 'insider' wist te melden, volgens Stoelinga, dat de horeca in 2018 een verlies leed van 23.000 euro. Aangezien de gemeente echter 44.000 extra overmaakte, ontstond een 'fictieve winst' van 21.000 euro. De extra toelage werd niet vermeld in de 'RIB', ofwel de Raadsinformatiebrief waarmee het college de gemeenteraad op de hoogte houdt van het reilen en zeilen.

Tenslotte benadruk Stoelinga dat ook het aantal vrijwilligers - noodzakelijk om vooral die horeca draaiende te houden - tegenvalt. In 2016 werd voorspeld dat vrijwilligers er jaarlijks zo'n 9250 uren zouden werken, maar volgens een antwoord van het college werken die vrijwilligers 'maar' 5000 uur. Een tekort aan onbezoldigde medewerkers kan niet goed zijn voor de begroting, zo vermoedt Stoelinga.