• Gulaga Kazankaya

Heldere stem van Ali Serik 'baart'

AMERSFOORT De tussenstand is 3-3. Na drie bundels in het Turks, zijn moedertaal, presenteert de Amersfoortse dichter (en sportliefhebber) Ali Serik zijn derde Nederlandstalige boek. ,,Het zal geen gelijkspel worden'', beklemtoont Ali Serik. ,,In het Turks ga ik niet meer schrijven. Ik wil mij concentreren op de kracht en de diepte van het Nederlandse woord.''

Hans Vos

Aanstaande zondagmiddag krijgt collega-auteur Ingmar Heytze in het Eemhuis het eerste exemplaar van 'De stem die baart' overhandigd. Deze boekpresentatie in de bibliotheek van Amersfoort begint om 14.30 uur. Zijn nieuwste pocket staat, net als zijn eerdere Nederlandse uitgaves, vol met zeer beeldende poëzie.

De meeste gedichten zijn verre van mierzoet. Scherp zijn de observaties van de in 1962 geboren Serik, dito zijn door de Utrechtse uitgever Lipari gebundelde pennenvruchten. En bovendien zijn de dichtstukken zeer eigentijds. Zelfs dat wat te akelig is om te verwoorden, beschrijft hij. Gedurfd en openhartig.

VOOROORDELEN De vooroordelen die hij als Turks-Nederlandse burger in Nederland vrijwel dagelijks ervaart, vertrouwt hij in een puntige stijl, rechttoe, rechtaan, aan het papier toe. Het staat wel vast dat 'De stem die baart' opzien zal baren, bij vrijwel iedere lezer. En dat is precies de insteek van de auteur. Veel van zijn gedichten zouden columns kunnen zijn of korte verhalen.

Het derde boek van Serik is een drieluik. Hij heeft zijn dichtwerk onderverdeeld in drie thema's: 'Alles is zo mooi', 'Dagelijks brood' en 'Brood voor de ziel'. De pocket is toch ook en vooral brood voor het hart, zijn hart. ,,Dat wat mij in mijn ziel en hart raakt, probeer ik weer te geven'', zegt hij over zijn schrijftrant, hoe hard de werkelijkheid ook soms is. ,,Ik zoek de grenzen op, in de richting van proza. Dat wat ik waarneem, probeer ik in heldere, duidelijk taal uiteen te zetten. In sommige gedichten neem ik de lezer mee, die duw ik mijn kant op; in weer andere gedichten kan de lezer zich in mij verplaatsen of in de beschreven situatie. Door het nauwgezet op te schrijven weet hij of zij wat ik bedoel. Althans, dat hoop ik.''

Aan veel van de gedichten van Serik zit een ruwe rand. Hij schuwt het woordelijk afbeelden van conflicten in de hedendaagse maatschappij niet. Als sprekend voorbeeld noemt hijzelf zijn gedicht 'Op straat', waarin twee mannen en een vrouw elkaar opeten. ,,Symbolisch, voor de verharde wereld om ons heen. De onderlinge sfeer is soms zo negatief dat we elkaar liever opeten dan dat we naar elkaar willen luisteren en begrip tonen voor elkaars standpunten. Een mening kan verblinden, verruwen.''

GEVOELSBAND Kunstwerken die Serik ziet, in musea of op straat, zetten hem óók aan tot woordkunst. De namen van de kunstenaars door wie hij zich heeft laten inspireren, staan keurig in het boek. Ere wie ere toekomt, immers. ,,Waarom raken hun kunstwerken mij, wat maken ze bij mij los? Wat is de gevoelsband tussen mij en de kunstenaars en met hun creaties?'' Bij het geven van de antwoorden, kijkt de lezer over de schouder van de dichter mee.