Joop van den Helm is trots op verzetsheld vader Krijn

Carlijn Assink

AMERSFOORT De eerste 16 van maar liefst 433 herdenkingsstenen voor verzetsstrijders en Joodse slachtoffers zijn donderdag 30 mei geplaatst in verschillende straten in Amersfoort. De Stichting Herdenkingsstenen Amersfoort plaatst de rest van de stenen de komende periode, een eerbetoon aan de stadsgenoten die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd. De verhalen en namen van toen worden zo niet vergeten.

Zo is er ook een steen geplaatst bij de Schimmelpenninckkade 13, het voormalig huis van verzetsheld Krijn van den Helm en zijn vrouw Johanna. Zoon van Krijn, Joop (70), was donderdag met zijn dochter bij de ceremonie aanwezig. Hij weet alles over zijn vader uit verhalen, omdat Krijn vermoord werd voordat hij geboren was. "Mijn moeder was in verwachting van mij, toen ze hem in zijn huis in Leeuwarden doodschoten. Voor haar ogen." Alle documentatie heeft hij goed bewaard in dozen.

Krijn leerde zijn vrouw Johanna kennen bij een dansavondje van de kerk. "Ze kenden elkaar al een beetje omdat ze allebei bij Belastingen werkten. Ze trouwden in 1935 en kochten een huis aan de Schimmelpenninckkade", vertelt Joop. Krijn werd na een tijdje overgeplaatst naar Den Haag en daarna, in 1941, naar Leeuwarden. Ze verhuurden hun huis in Amersfoort aan zijn zus en zwager.

Daar, in Leeuwarden werd hij actief in het verzet. "Hij rolde er een beetje in. Hij had vrije reisbevoegdheid door zijn werk als belastingambtenaar en kwam veel bij mensen thuis. Ook bij joden, die werden belaagd door de Duitsers." Volgens de moeder van Joop had Krijn een groot gevoel voor rechtvaardigheid. "Hij was tegen wapengebruik en dergelijke. Maar naar verloop van tijd moest hij wel. Om anderen te beschermen." Hij werd het hoofd van de eerste knokploeg van Friesland en later ook de provinciaal leider. Ook was hij medewerker bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Naarmate er in Friesland minder joodse inwoners meer waren die geholpen moesten worden, richtte Krijn zich op Amsterdam. Tientallen studenten werden door organisaties naar hem gestuurd.

Krijn had overal contacten en bracht joodse mensen, studenten, piloten en andere onderduikers overal onder. "Al die mensen moesten alleen ook eten en die rantsoenen van de eetbonnen waren niet genoeg. Mijn moeder en mijn broertje moesten ook eten. Dus toen heeft de knokploeg distributiekaarten gestolen bij het arbeidsbureau van Leeuwarden."

Krijn en Johanna hadden zelf ook regelmatig onderduikers. Zo is Ruthie, een joods meisje van een jaar of 17 een tijd bij hen geweest als 'kindermeisje' en kan hij zich ook nog een piloot herinneren. Joop denkt dat zijn vader in een jaar of drie zo ongeveer tweehonderd joden en andere onderduikers heeft geholpen. Hij deed dat niet alleen. "Hij werd geholpen door koeriersters zoals Greta Nijdam, Esmée van Eeghen en zijn eigen vrouw."

Esmee was een verpleegster uit Amsterdam en werd de hoofdkoerierster. Rijdend in een grote Oldsmobile, met een gestolen nummerbord van de rijkscommissaris, haalden ze neergeschoten geallieerde vliegtuigbemanningen op, vervoerden ze joodse mensen of wapens. Zijn vrouw liep met de kinderwagen met hun eerste zoon Krijntje, waaronder in de bak de plattegronden en wapens lagen en zorgde voor de onderduikers. "Door al deze activiteiten werd mijn vader terrorist nummer 1 genoemd door de Duitsers."

In 1944 ging het mis. Esmee van Eeghen werd op 9 augustus opgepakt en naar het beruchte Scholtenshuis in Groningen gebracht. Op 25 augustus kwam de SD erachter dat Krijn zich op dat moment in Amersfoort bevond. Foute Nederlander Pieter Johan Faber en zijn broer Claas Faber gingen met de Hauptscharführer Schäper naar het adres van zijn schoonouders. Faber deed zich voor als een vriend van Esmee en wilde een brief afgeven. " Hierna volgde worsteling en Faber schoot Krijn van den Helm door het hart. Hij was op slag dood. Mijn moeder, toen zwanger van mij, de schoonmoeder en Ruthie waren erbij toen dit gebeurde." Joop kijkt even weg. "Iedereen hoort verhalen van zijn vader. Ik hoor verhalen over mijn vader."

Krijn's lichaam werd in een massagraf bij het kamp Amersfoort teruggevonden en is op 1 december 1945 herbegraven in Leeuwarden op de Noorderbegraafplaats. Het lichaam van Esmee werd teruggevonden in het Van Starkenborghkanaal in Groningen. Haar lichaam was doorzeefd met dertien kogels.

"Mijn moeder moest een tijdje onderduiken, maar is weer naar Friesland gegaan. Daar ben ik ook geboren en hebben we een jaar of vijf gewoond. Mijn broer Krijntje moest na de oorlog een operatie ondergaan en die heeft hij niet overleefd." In de jaren 50 is Johanna met Joop naar Amersfoort verhuisd. Ze is in 1994 overleden in Apeldoorn, waar Joop nu zelf nog steeds woont. "Ik vind het een goede zaak dat er nu nog steeds aandacht aan Bevrijdingsdag wordt besteed. Zo'n tegel is een herinnering. Soms ben ik er ook nog emotioneel van. Het is niet niks wat er is gebeurd."