Lawaai rondom een straatschoffie

De Stad Amersfoort ontmoet de komende weken Amersfoorters die buiten de stadsgrenzen bouwstenen hebben aangereikt die een absolute waarde vertegenwoordigen voor ons maatschappelijk leven. Het kan een markant bouwwerk zijn, een kunststuk, het oprichten van een instituut of een statement. In het eerste portret vertelt fotograaf, dichter en beeldhouwer Atze Haytsma (86) over één van zijn pronkstukken: het Lieverdje.

Arjan Klaver

Op 2 mei 1959 trokken twee kinderen uit de Jordaan aan het witte doek en onthulde op het Spui het Lieverdje. Voorzichtig want de klei die op een geraamte van oud ijzer was opgezet, was nog redelijk vers. De inleiding van de eerste opschudding is een feit.

De Amsterdamse kunstenaar Carel Kneulman zag namelijk een week voor de onthulling met schrik dat de presentatie van het beeldje al op grote affiches in de stad werden aangekondigd. In een paar dagen creëerde hij in zijn atelier, dat ooit toebehoorde aan Karel Appel, uit klei een Amsterdams schooiertje. Zelf noemde hij het beeldje 'Barendje', naar zijn jeugdvriend Barend Clement die later schoenmaker is geworden. De Amsterdammers op het Spui konden na de onthulling slechts een dag van deze nieuwe creatie genieten. Het was namelijk de bedoeling dat het Lieverdje in brons op de Postzegelmarkt op de Nieuwezijds Voorburgwal zou komen. Na behoorlijk wat ambtelijk lawaai hierover werd op 10 september 1960 het bronzen beeldje op het Spui onthuld door burgemeestersvrouw Van Hall. Dit beeldje zou opmerkelijk genoeg nog vele malen het middelpunt zijn van lawaai. Lawaai dat ook kenmerkend was toen Kneulman aan de voorbereiding begon om het beeldje van klei uiteindelijk naar de bronsgieter te brengen. Bijna was het origineel kleimodel, dat destijds door twee kinderen werd onthuld, in de prullenbak terechtgekomen. Atze Haytsma kon dat voorkomen.

KARWEITJES „Boven de rivieren begon het beeldhouwen pas na de oorlog op gang te komen", opent Atze in zijn gezellige huiskamer waarin hij tal van eigen creaties in het brons heeft staan. „De abstracte en traditionele beeldhouwers die zich destijds in Amsterdam vestigden, kwamen een keer per maand bij elkaar op de verdieping van Felix Meritis aan de Keizersgracht. Hier zat vanaf 1947 het hoofdkantoor van de CPN. Op een avond kwam ik Carel Kneulman tegen. Deze abstracte kunstenaar, die zijn atelier had op de zolderverdieping aan de Zwanenburgwal, vroeg of ik snel langs wilde komen. 'Ik ben ergens aan begonnen, maar ik denk dat het niet goed gaat', aldus Kneulman. Ik had in die tijd overal karweitjes bij, zoals bij het beeldhouwend echtpaar Wessel Couzijn en Pearl Perlmuter om maar aan een beetje geld te komen. Bovendien gaf in die tijd 's avonds boetseerlessen aan leerkrachten in de Werkschuit. Een boot die tegenover Carré lag afgemeerd. Goed, ik kwam via een steile trap naar het atelier van Kneulman en heb daar vervolgens twee weken volle bak gedraaid om een groot probleem op te lossen voor een gage van slechts 100 gulden. Niet veel, maar ik had het nodig."

FRIESE STAARTKLOK In het atelier zag Atze een vakkundig, figuratief beeldje van gips. Een olijk straatjongetje met scheve pet. Een langgerekt figuur, geïnspireerd door de Franse beeldhouwer Robert Couturier. Kneulman was altijd begaan met de erbarmelijke omstandigheden waarin kinderen opgroeiden. Hij kwam immers uit hetzelfde milieu. „Hij was te vroeg begonnen met het aanbrengen van een modelgipslaag om de mal te maken. Het origineel beeldje was nog niet droog genoeg. Had ik de gipslaag eraf gehaald, dan was het originele beeldje onherroepelijk beschadigd. Ik maakte gips met een andere samenstelling en dat werd uiteindelijk de mal waarin het modelgips gegoten kon worden. Een week later zijn we daarmee begonnen. Ik stond op de trap en kieperde vijf volle emmers met modelgips in de mal. Voor het eerst was er lawaai rondom het beeldje dat later het Lieverdje zou heten. De buitenzijde van de rechtervoet barstte en het modelgips stroomde over de schuine vloer naar de hoek van het atelier. Daar stroomde het via een opening in de vloerdelen naar beneden waar een pianiste haar werkruimte had. We hoorden direct gegil. Even dachten we dat haar piano vol zou stromen. Het bleef beperkt tot onder meer een Friese staartklok die spierwit werd. Na dit euvel hadden we nog maar tien minuten om het gat te dichten met een klomp klei en het volgieten van de mal voordat het modelgips hard zou worden. En dat lukte maar net. De klus was geklaard. Na een fikse reparatie tikte ook de Friese staartklok weer."

VERNIELZUCHT Het lawaai bij het maken van het Lieverdje zou opmerkelijk genoeg ook voortduren op het Spui. In 1964 werd het beeldje het middelpunt van happenings op de zaterdagavond van 'rookmagiër' Robert Jasper Grootveld. Omdat het kostbare kopergieten van het beeldje door sigarettenfabrikant Hunter was gefinancierd, richtte Grootveld zijn acties met name op de nicotineverslaving en de tabaksindustrie. De ugge-song en een brandoffer waarbij het beeldje werd omwikkeld met kranten die vervolgens werden aangestoken, zijn historisch. Het Lieverdje werd ook regelmatig feestelijk aangekleed, maar ook beklad met witte verf. Dat kon Atze niet waarderen. ,,Ze mogen van mij zoveel happenings houden als ze willen, maar dat was pure vernielzucht." In 1966 werd het beeldje meegenomen door Groningse studenten. Zijn plek was in die tussentijd ingenomen door een beeldje van een bloemenmeisje, ook een actie van de Groningers. Het Amsterdams jochie werd teruggevonden in Zwolle. Naast het middelpunt van happenings, waar Atze ook een paar van bijwoonden, speelde het Lieverdje ook een rol in het doorbreken van de burgerlijke truttigheid. Eind 1967 had Phil Bloom zich naakt laten fotograferen voor het Lieverdje. De foto werd als ansichtkaart uitgebracht. En in november 2012 ten slotte werd het Lieverdje omvergereden. Een Duitse vrachtauto met het nota bene opschrift 'Wir bewegen etwas', reed achteruit en slechtte het beeldje compleet met de sokkel. Het jochie brak beide enkels en is afgevoerd naar een bronsgieterij ter reparatie en daarna weer teruggeplaatst. Het Lieverdje kwam ook op een postzegel van 25 cent en werd in het logo verwerkt van eredivisionist FC Amsterdam. „Ik wist niet dat een co-productie vanaf het modelgipsen tot nu zoveel in beweging kon brengen", lacht Atze.

Volgende week Ton Mooij en zijn bijzondere engel.

foto Atze Haytsma: 'Ik had in die tijd overal karwijtjes bij kunstenaars om maar aan een beetje geld te komen.'