Namen wethouders bekend

AMERSFOORT De kandidaten voor de wethoudersposten zijn bekendgemaakt; het worden drie al zittende wethouders, drie bekende gezichten in het Amersfoortse en één verrassende buitenstaander: Fatma Koser Kaya (D66)

Jeroen de Valk

Dit alles werd vrij onverwacht gemeld op de site amersfoort.nl. Pas op aanstaande vrijdag vindt de presentatie plaats van het coalitieakkoord, ofwel een lijst van onderwerpen waarover de samenwerkende partijen het in grote lijnen eens zijn.

De wethouders die geheel volgens verwachting aanblijven, zijn Menno Tigelaar (ChristenUnie), Willem-Jan Stegeman (D66) en Hans Buijtelaar (VVD). Zij zijn alledrie zonder veel kleerscheuren door de afgelopen jaren gekomen, en hadden al aangegeven te willen blijven.

Zij krijgen gezelschap van twee goede bekenden in de Amersfoortse politiek: Kees Kraanen (VVD) en Astrid Janssen (GroenLinks). Beiden stonden op één bij de verkiezingen voor de gemeenteraad. Kraanen - aanvankelijk lid van de BPA - loopt al sinds 2002 rond in de raad. Janssen is met haar 41 jaar relatief jong, maar was in haar studententijd al wethouder in Delft.

Cees van Eijk (GroenLinks) is minder bekend, maar was wel vervangend wethouder in Amersfoort in de jaren 2013 - '14 voor GroenLinks. Hij was eerder wethouder in Utrecht, en vervult thans talrijke leidinggevende functies.

De eerder gesignaleerde nieuweling in Amersfoort is Fatma Koser Kaya (D66). Ze werd geboren in Turkije en studeerde in Nederland af als meester in de rechten. Ze was jarenlang lid van de Tweede Kamer voor D66 en korte tijd wethouder in Wassenaar.

Het college bestaat hiermee, burgemeester Lucas Bolsius meegerekend, uit acht personen. Partijen van de beoogde oppositie zijn ontevreden omdat het aantal wethouders zal toenemen van vijf naar zeven. Ben Stoelinga (Amersfoort2014) kondigde aan dat hij een motie zal indienen om deze uitbreiding tegen te gaan. Hij schrijft alvast in een persbericht: ,,Wij vinden een zesde wethouder acceptabel vanwege de extra werkzaamheden die zijn ontstaan na de transitie van onder meer de zorg naar de gemeenten.''

Hij stelt voor: maximaal zes fte's (voltijdbanen) voor de wethouders. Want zeven voltijdbanen kunnen beter achterwege blijven, zo vindt zijn driekoppige fractie. Hier zou namelijk vooral eigenbelang aan ten grondslag liggen: het voornemen om de partijen met zes zetels - VVD, GroenLinks en D66 - twee zetels te geven, en CU (vier zetels) één.

Met zeven fte's 'scheept deze coalitie de stad op met tonnen aan extra kosten en extra fte's aan personeel'. Hij verwacht ook toenemende communicatieproblemen tussen de vele wethouders en al die personeel. Kortom: de coalitie is vooral 'bezig met zichzelf', hetgeen weinig goed belooft voor de toekomst.

De motie moet vooral worden opgevat als een signaal, als een stellingname. Want erg kansrijk is de motie niet, aangezien de coalitie beschikt over 22 zetels in de raad, tegenover 17 van de oppositie.

Niettemin lieten in het AD andere oppositieleden al vergelijkbare geluiden horen. Marijke Jongerman (SP) merkte op dat Utrecht óók over zeven wethouders beschikt, maar wel twee keer zo groot is. De BPA vraagt zich af of er wel zeven capabele wethouders kunnen worden gevonden. Het CDA vindt het argument van 'zetelverhoudingen' niet overtuigend, en de PvdA stelde voor wethouders desnoods in deeltijd aan te stellen.