• Een miniatuur van de Stadsbron, een ontwerp van de Amersfoortse beeldenmaker Ton Mooij.

    Cees Wouda

Protest tegen beeld op de Hof; 'Veel te groot en te dominant'

AMERSFOORT Krijgt de Hof, het grootste plein van de Amersfoortse binnenstad, een beeld van zes meter hoogte, bovenop het centrale fontein? Er gaan stemmen op om het hele plan maar af te blazen. In politiek opzicht neemt raadslid Roel Mulder (Actief) hierbij het voortouw. Wat hem betreft mag het beeld wel worden gerealiseerd, maar dan liever elders in de stad.

Jeroen de Valk

Mulder diende een motie in en schreef op de site van zijn fractie een uitgebreide beschouwing. Het huidige fontein mag niet worden gereduceerd tot een 'voetstuk' voor het nieuwe beeld van Ton Mooij, zo schrijft hij. De sculptuur is te groot en zou in de weg staan bij evenementen.

Een probleem bij dergelijke beslissingen is, dat Amersfoort volgens Mulder er in het geheel geen kunstbeleid meer op nahoudt. ,,De gemeente geeft minder dan één procent van de gemeentebegroting aan dit doel uit, en dan nog alleen maar omdat het rijk dat geld specifiek voor dat doel ongevraagd aan de gemeente geeft.''

Een commissie om dit soort zaken aan voor te leggen, is al jaren geleden afgeschaft. De beelden die wél in de openbare ruimte verschijnen, zijn via fondsen cadeau gedaan; één ervan moet Johan van Oldenbarnevelt voorstellen en staat sinds 2010 aan de  Zuidsingel. ,,Er is eigenlijk niemand te vinden die dit mooi vindt'', schrijft Mulder, verwijzend naar de protesten van destijds, die intussen hebben plaatsgemaakt voor onverschilligheid; passanten kijken gelaten de andere kant uit. Bij gebrek aan deskundigheid zoekt de gemeente naar 'draagvlak', wat betekent dat een vrij willekeurige groep burgers iets mag roepen.

Mulder, over het beeld van Mooij: ,,Het gaat met zijn zes meter hoogte de Hof onaanvaardbaar domineren, en staat in de weg bij de talloze manifestaties. Het aantrekkelijke speelobject dat de bron is, wordt vernield. Wij stellen voor om de gift (het nieuwe beeld van Mooij, JdV) in dank te aanvaarden, maar onder voorwaarde dat het ergens anders wordt geplaatst, bij voorkeur buiten de binnenstad.''