Serie: van specialist naar generalist

Zou je kritiek op je werk uiten als je weet dat je baas meeleest? Het bleek niet altijd makkelijk om mensen vrijuit te laten spreken over een gevoelig onderwerp als de zorgtransities. Alle spelers binnen het sociale domein zitten namelijk in een afhankelijkheidsrelatie: hulpvragers zijn afhankelijk van hulpverleners, hulpverleners van hun werkgever, zorginstellingen van de gemeente, en de gemeente van onze publieke opinie.

Over een paar weken wordt bekend welke zorgaanbieders het komende jaar worden gecontracteerd door de gemeente. Veel medewerkers in het sociale domein zitten daardoor in spanning: wat gaat er op de schop? Wie behoudt zijn/haar baan, wie niet? Wie wordt er noodgedwongen overgeheveld naar een andere organisatie?

De komende drie artikelen gaan over één van de keuzes die de gemeente Amersfoort heeft gemaakt: het oprichten van Sociale wijkteams. Hulpverleners uit verschillende gelederen vormen nu in elke wijk de spil van het sociale domein. Ze werken niet meer specialistisch als jeugdhulpverlener of als ouderen consulent, maar bedienen als 'generalist' elke vraag die het wijkteam krijgt over zorg en welzijn.

Een Amersfoortse jongerenwerker die sinds 2015 werkzaam is binnen een wijkteam (naam bekend bij de redactie), heeft deze verandering als positief ervaren. Meer dan voorheen ervaart ze vrijheid om een probleem creatief op te lossen, ergens een mouw aan te passen: ,,Als medewerker van een wijkteam moet je het enthousiasme en het vermogen hebben om te pionieren.''

TE DUUR Er zijn ook dingen misgegaan in het eerste jaar. Het kostte de wijkteamleden tijd om bekende wetten en regels los te laten en op een nieuwe manier te werken. Daarnaast hebben burgers de veranderingen niet altijd even makkelijk geaccepteerd: ,,De manier waarop we de zorg jarenlang hebben georganiseerd, was te duur. Er moest verandering komen, en alle verandering doet pijn´, aldus de Amersfoortse jongerenwerker. ,,Die veranderingen in de zorg van het afgelopen jaar hebben mij aan het denken gezet, over hoe we als maatschappij omgaan met het recht op zorg. Want hoe bepaal je wie récht heeft op zorg? Welke gedachte maakt dat je wel of geen recht hebt op iets? Wat is de zorg die je mag verwachten van de familie?''

RECHT OP ZORG Vooralsnog was het zo dat mensen zelf mochten aangeven of familie wel of geen zorg kon leveren, maar deze wijkteammedewerker vraagt zich af in hoeverre je daar in mee moet gaan. ,,Sommigen zeggen: 'Dit is mijn moeder, dit ga ik voor haar doen'. Terwijl anderen misschien denken: 'We hebben al die jaren premies betaald, nu hebben we recht op zorg'. Omdat er niet genoeg geld is om door te gaan op dezelfde voet, is het verstandig dat er nu kritisch wordt gekeken of al die zorg wel echt nodig is.''

FAMILIE Nu is het aan het wijkteam om boven tafel te krijgen of iemand ondersteuning nodig heeft. Deze wijkteammedewerker vraagt zich af of er wel een echte hervorming in de zorg op gang komt, zolang je die vraag neer blijft leggen bij de hulpvrager. Wellicht is dat pas mogelijk wanneer de vraag wordt omgedraaid: ,,Als de cliënt zegt: 'Dat wil ik niet aan de kinderen vragen', houdt het nu voor ons op. Ik zou het allemaal wel eens willen omdraaien: eerst met de familie om tafel zitten en overleggen wat er nodig is en wie dat allemaal kan opvangen. En dán pas bedenken of er aanvullende zorg van buitenaf nodig is.''

CONTRACTEN Voor specialistische zorg worden nu jaarlijks door de gemeente Amersfoort contracten gesloten met verschillende zorgaanbieders. Het Jeugd Interventieteam is een voorbeeld van zo'n specialistische zorgaanbieder. Jeugdinterventiemedewerker Myriam Elias-Klomp werkt met Amersfoortse jongeren die een complexe problematiek hebben, niet passend bij de aanpak van het wijkteam. Het Jeugdinterventieteam krijgt de 5% moeilijkst te bereiken jongeren met een opeenstapeling van problemen (loverboys, schulden, thuisloos, geen dagbesteding, criminele activiteiten, psychische kwetsbaarheden) in hun portefeuille. Dit zijn jongeren die moeilijk aankomen bij het wijkteam. De jongeren komen steeds vaker via aanmelding binnen, maar Elias-Klomp gaat ook de straat op om de doelgroep op te zoeken en te motiveren voor hulp. Het is werk waarvoor een lange adem nodig is; zo'n motivatieproces kan lang duren. Ondertussen is het van belang een vertrouwensband te houden met de jongere, te laten weten dat deze wordt gezien. Elias-klomp: ,,Dat wordt nu wel bemoeilijkt omdat we jaarlijks te horen krijgen of we doorgaan, of niet. En zo ja, in wat voor vorm.''

SAMENWERKEN Het afgelopen jaar moesten de jeugdinterventiemedewerkers intensief gaan samenwerken met de wijkteams: Elias-Klomp: ,,Het ene wijkteam bestond al langer, daarmee ging de samenwerking beter. De nieuwe wijkteams zaten nog helemaal vol in het werk, ze moesten van alles organiseren en structureren. Maar ze zijn steeds meer betrokken en wisselen al meer uit.''

Elias-Klomp ziet echter ook dat niet elke wijkteammedewerker het even makkelijk vindt om opeens 'generalist' te zijn. Iemand die vroeger in de jeugdzorg werkte, moet nu opeens een rollator gaan aanvragen voor een oudere heer. Dat is even schakelen. Haar eigen specialisatie? ,,Het veroveren van de harten van jongeren. En als wij ze hebben klaargestoomd om weer verder te gaan, neemt het wijkteam de begeleiding van de jongeren weer over.''

CONCURRENTIESTRIJD Een thuisbegeleider van Welzin (naam bekend bij de redactie) heeft de afgelopen jaren haar werkveld drastisch zien veranderen: ,,Mijn stadsbrede netwerk is uit elkaar gevallen. Met de wijkteams worden nu nieuwe verbanden gelegd, dus dat probleem is over een aantal jaar misschien weer opgelost. Maar wat nu speelt, is een grote concurrentiestrijd tussen de verschillende zorgleveranciers. We moeten elk jaar meedoen met de aanbesteding van de gemeente. We worden ondertussen gevraagd zo veel mogelijk cliënten te bedienen voor zo min mogelijk geld. Die strijd bemoeilijkt het samenwerken tussen de verschillende organisaties enorm.'' Speelden zorgaanbieders vroeger vaak hulpvragers naar elkaar door, dat wordt nu als het ware ontmoedigd. Iedereen vist uit dezelfde cliëntenvijver, waarin tussentijds wordt bezuinigd. En een bezuiniging betekent per definitie minder werkgelegenheid.

VERANDERD Inhoudelijk is het werk van de thuisbegeleiders ook veranderd: ,,Eerder kwam ik bij mensen thuis en hielp dan op alle fronten, van administratie, tot het huis op orde krijgen, opvoedondersteuning geven en het op weg helpen met de financiën. Nu pakt het wijkteam daar een deel van op en word ik ingezet voor bijvoorbeeld alleen de administratie of het huishouden.'' Ook wordt verwacht dat er op wijkniveau wordt gewerkt, wat de thuisbegeleider niet altijd haalbaar acht: ,,In sommige wijken gaat dat prima, maar in andere wijken is er geen constante aanvoer van nieuwe hulpvragers. Dan is er in de ene wijk weinig te doen, terwijl er in de andere wijk een wachtlijst voor hulp is. In theorie zou ik dan moeten gaan duimendraaien in mijn eigen wijk, omdat die wachtlijst niet binnen mijn wijk valt. Maar dat is natuurlijk onzin, en geldverspilling. Dus het valt te bezien hoe haalbaar het is om overal op wijkniveau te werken.''