• Soheila Yousefi: ,,Een klein team waarin ik werkzaam was, kreeg landelijke bekendheid door ROA-huizen open te stellen voor minderjarige, zwangere vluchtelingen."

    Arjan Klaver

Verlichten van oorlogstrauma

De Stad Amersfoort verhaalt over Amersfoorters die buiten de stadsgrenzen bouwstenen hebben aangereikt die een absolute waarde vertegenwoordigen voor ons maatschappelijk leven. In het achttiende portret vertelt Soheila Yousefi over sharing en integratie. Serie: Stadse fratse buiten de stadsmuren.

Arjan Klaver

Gemiddeld zijn de Iraniërs die in Nederland wonen goed opgeleid. De meesten zijn afkomstig uit de steden en spraken al bij aankomst in Nederland Engels. Zij behoorden in Iran tot het moderne deel van de bevolking. Aanvankelijk moesten zij sterk wennen aan de Nederlandse samenleving. Men leefde in de veronderstelling hier een materiële positie te kunnen verwerven die vergelijkbaar zou zijn met die in het eigen land. De realiteit is echter dat de Nederlandse samenleving aan nieuwkomers minder mogelijkheden biedt dan het geval is in landen met meer liberale economieën. Het besef om economisch weer vanaf het nulpunt te moeten beginnen, is voor veel Iraniërs dan ook een schok geweest. Men ervaart het als wrang om gerelateerd te worden aan laagopgeleide, 'etnische minderheden' en compenseert dit nogal eens door de eerste tijd Engels te blijven spreken. Het is voor de meeste Iraniërs in Nederland een lange en zware weg om een goede positie op de arbeidsmarkt te verwerven. „En misschien is dat ook wel de reden waarom veel geëmigreerde Iraniërs over het algemeen proactief zijn en ook de kracht vinden om hun plek te vinden", aldus Soheila Yousefi (55).

Soheila is directeur van Kommak. Een zorginstelling die gespecialiseerd is in specifieke hulpvragen van volwassen en jongere migranten en vluchtelingen in Nederland. Ook zij zag een recordaantal vluchtelingen deze zomer naar Europa komen, waarvan een percentage in Nederland terechtkwam. En aan die stroom lijkt nog geen einde te komen. De massa-immigratie werd voorheen sterk bekritiseerd, maar nu lijkt vrijwel iedereen de migratie kritiekloos welkom te heten. Soheila weet er alles van om vluchteling te zijn. In Teheran groeide zij op in een grote familie die politiek actief was. „Alle politieke stromingen waren binnen ons gezin verenigd. Van kleins af aan hebben we geleerd om met elkaar in dialoog te gaan. Al die gesprekken hebben onze verbondenheid in de familie vergroot. Ik hield me enigszins afzijdig van de politiek. Ik ben geneeskunde gaan studeren om uiteindelijk anesthesist te worden. Totdat mijn land betrokken raakte in de oorlog met Irak. Na een paar maanden strijd werden geneeskundestudenten opgetrommeld om achter de frontlinies de operatieteams te assisteren. De omstandigheden waren verschrikkelijk. We gebruikten illegaal opium als verdovingsmiddel. Bovendien moest ik op grond van de verwondingen beoordelen wie wel en wie niet meer geopereerd kon worden. Ik stond op dat moment in de schoenen van God, zou je kunnen zeggen. Het was ingrijpend. Let wel, ik was amper 22 jaar. Overigens was ik drie jaar daarvoor al volwassen geworden. Dat was het moment waarop mijn broer in de eerste dagen van de dictatoriale islamitische republiek onder leiding van ayatollah Khomeini, in de gevangenis in Teheran aan mij z'n testament verbaal doorgaf. Hij kreeg als politiek gevangene amper 10 minuten de tijd. Een etmaal later werd hij geëxecuteerd. Ik denk nog dagelijks aan dat gesprek."

INVESTEREN Soheila trouwde op haar 24ste levensjaar. Omdat haar partner politiek actief was, vluchtte het echtpaar naar Turkije om van daaruit naar Nederland te reizen. „Wij reisden destijds met een groep van 92 vluchtelingen die in het bezit waren van een vrijbrief van de Verenigde Naties", vertelt de Amersfoortse. „We werden uiteindelijk prima opgevangen in Apeldoorn. Alles was in het pension voorhanden. Zelfs luiers hadden we tot onze beschikking, want ze wisten dat we een baby bij ons hadden. Na alle administratieve handelingen kregen we al snel en eengezinswoning aangeboden. Om als anesthesist te worden aangesteld had ik geluk. Het ziekenhuis in Zwolle wilde in mij investeren. Via een beroepsopleidende leerweg kon ik aan de slag. Prachtig, maar toen ik in de moderne operatiezaal kwam, werd ik overvallen door mijn oorlogstrauma. Ik voelde me schuldig omdat ik dit werk niet meer aankon."

,,Als alternatief volgde ik een HBO-opleiding in Driebergen die ik combineerde met vluchtelingenwerk in Zwolle. Een klein team waarin ik werkzaam was, kreeg destijds landelijke bekendheid door ROA-huizen open te stellen voor minderjarige vluchtelingen die zwanger waren. Daarna heb ik nog wat banen gehad in het vluchtelingenwerk en in de crisisopvang en behandeling voor vrouwen en kinderen die te maken hebben met huiselijk geweld. Maar na een aanvaring met een leidinggevenden besloot ik de vluchtelingenproblematiek vanuit mijn eigen onderneming aan te pakken. Ik startte met Kommak en opende een vestiging in Amersfoort en Zwolle. In totaal heb ik vijftien medewerkers in dienst. We hebben samenwerkingsverbanden met twintig gemeenten en we bieden vluchtelingen individuele en groepsbegeleiding, dagactiviteiten en jeugdzorg aan. De nadruk komt steeds meer te liggen op de zelfredzaamheid en het ontwikkelen van eigen kracht van nieuwe vluchtelingen die zich in Nederland willen vestigen. Wij pleiten dan ook voor een snellere integratie op de arbeidsmarkt en de mogelijkheid om te studeren. We hebben oog voor de ondernemende kwaliteiten die men in huis heeft. Het is dankbaar werk. Je voelt dagelijks de pijn van de cliënten, die proberen we om te buigen in kracht. Misschien ben ik juist in dit vakgebied ondernemer geworden, om zelf mijn oorlogstrauma te verwerken."