• Museum Oud Amelisweerd

    BDU

MOA: vernietigend rapport en raadsvragen

AMERSFOORT De gemeente Amersfoort is voor tweeënhalf miljoen in het schip gegaan als gevolg van een roekeloos avontuur dat van meet af aan tot mislukken was gedoemd. Dit schrijft een onderzoeksbureau over Museum Oud Amelisweerd (MOA).

Jeroen de Valk

Het rapport is aanleiding tot schriftelijke vragen van raadslid Ben Stoelinga (Amersfoort2014). Het MOA kon immers jarenlang rekenen op loyale steun van de gemeente Amersfoort. Medio augustus dit jaar  werd het faillissement uitgesproken.

Stoelinga laat weten dat zijn fractie al herhaaldelijk haar zorgen had uitgesproken, verwijzend naar eerdere series schriftelijke vragen. Deze vragen werden steevast op geruststellende toon beantwoord door het college.

WAARSCHUWINGEN Een recent rapport van onderzoeksbureau Blueyard lijkt de bange vermoedens van Amersfoort2014 te bevestigen. Het bureau schrijft: ,,De exploitatie volgens het ondernemingsplan bleek niet haalbaar.'' Ondanks 'waarschuwingen van verschillende kanten' werd het plan 'toch doorgezet'.  

Er kwamen minder bezoekers dan verwacht, maar 'ook als het MOA de maximaal haalbare aantallen had bereikt, zou dit onvoldoende zijn geweest om de exploitatie dekkend te krijgen'. 

Stoelinga wil weten of het college de conclusie van het rapport deelt - vanaf dag één zou de onderneming tot mislukken zijn gedoemd - en waarom de gemeenteraad daarover jarenlang niet werd geïnformeerd. Uiteindelijk dient dan de huidige cultuurwethouder Fatma Koser Kaya verantwoording af te leggen. Voorts moeten maatregelen worden genomen om dergelijke 'verspilling' in de toekomst te voorkomen.

VERLIES Een sluitende begroting zag Amersfoort één van de voorwaarden om subsidie te verstrekken, maar die begroting was volgens het onderzoek nooit sluitend te krijgen. Sterker nog: het MOA 'stapelde verlies op verlies'.

Het MOA werd geopend in 2014 in het gelijknamige landhuis in Bunnik. Het werd gezien als een opvolger van het afgebrande Armando Museum (ooit gevestigd in de Amersfoortse Elleboogkerk) en kreeg daarom een jaarlijkse subsidie van Amersfoort. Het onderzoeksbureau Blueyard werd na het faillissement in de arm genomen door de gemeente Utrecht, die het landhuis beheerde.

Het rapport gaat uitgebreid in op het verschil van inzicht tussen het bestuur en de directie. De handelswijze van directeur Yvonne Ploum wordt gekarakteriseerd als:  ,,Vooruit vluchten, crediteuren afhouden en zonder liquiditeit toch zaken doen, in de veronderstelling dat zich (…) altijd kansen en oplossingen aandienen.''

ONTOEREIKEND Het bestuur daarentegen kenmerkte zich 'door een zakelijke blik op de cijfers' en besloot in arren moede maar het faillissement aan te vragen. Mede omdat 'het bericht over de benarde situatie van het MOA in de pers terecht was gekomen'.

Bureau Blueyard somt tot slot de oorzaken op van deze mislukking: een ondernemingsplan dan 'ontoereikend was voor een gezonde bedrijfsvoering', een stichting die 'tegen beter weten in start met een museum' en een organisatie die, de financiële sores negerend, niets anders deed dan 'continu vooruit te vluchten'.

Critici - onder wie journalist en cultuurdeskundige Eric van der Velden, afgelopen zomer in het digitale magazine De Stadsbron - betoogden dat de locaties van het Armando Museum verkeerd waren gekozen. Zowel de Elleboogkerk als landhuis Oud Amelisweerd werd in gebruik genomen omdat de gebouwen toevallig beschikbaar waren. Beide locaties zouden te groot zijn geweest voor een kunstenaar die slechts 'een groepje van fijnproevers' trekt.